Ben jij een komma-koning(in),
een ‘en’-ninja of een punt-pro?
Laat ik om duidelijk te maken wat ik bedoel beginnen met enkele voorbeelden uit mijn boek Fatale keuzes:
De komma-koning(in)
- Ze legde haar vinger tegen het topje [van het mes], duwde hem zachtjes in haar vlees.
- Snel legde ze haar hand terug op haar schoot, keek de huishoudster aan.
- De vrouw knikte tevreden, liep terug naar de keuken.
De ‘en’-ninja
- Ze legde haar vinger tegen het topje [van het mes] en duwde hem zachtjes in haar vlees.
- Snel legde ze haar hand terug op haar schoot en keek de huishoudster aan.
- De vrouw knikte tevreden en liep terug naar de keuken.
De punt-pro
- Ze legde haar vinger tegen het topje [van het mes]. Duwde hem zachtjes in haar vlees.
- Snel legde ze haar hand terug op haar schoot. Ze keek de huishoudster aan.
- De vrouw knikte tevreden. Ze liep terug naar de keuken.
Ik zeg er maar meteen bij: toen ik net begon met schrijven, vond ik het best wel lastig om de juiste balans te vinden. In het begin was ik een fervent ‘en’-gebruiker, daarna sloeg ik compleet door naar de komma, om vervolgens een poging te doen om punt, komma en ‘en’ wat beter te combineren.
Toen ik net aan Fatale keuzes begon, had ik de neiging ellenlange zinnen te maken, die dus vaak aan elkaar zaten met ‘en’. Dat was voor de eerste versie niet erg, want mijn belangrijkste doel was om het verhaal eindelijk volledig op papier te krijgen.
Om het tempo een beetje op te voeren en mijn zinnen in te korten, ben ik deze ennen tijdens het herschrijven veelal gaan vervangen door komma’s en punten. Alleen konden die komma’s er soms weer voor zorgen dat het te beklemmend werd. Het kan dan als lezer voelen alsof je geen adempauzes meer krijgt.
Mijn eigen missie werd daarom om door veel te oefenen en te experimenteren de juiste balans te vinden.
Twijfel jij zelf ook of je overal al de juiste keuze maakt? Hou dan de volgende tips in je achterhoofd.
6 tips voor het vinden van de juiste balans:
- Lees je zinnen hardop voor.
Als je moet ademhalen tussen twee zinsdelen, is een punt vaak beter dan een komma.
Het gaat dan om twee zelfstandige zinnen die je van elkaar scheidt, omdat ze elk een eigen gedachte, actie of moment verdienen.
- Gebruik kortere zinnen of komma’s voor het opbouwen van spanning.
Korte zinnen (door het gebruik van punten) dwingen je lezers om heel even stil te staan. Hierdoor kun je een dramatisch effect creëren. Bijvoorbeeld:
- Achter haar sloeg de deur dicht. Met een ruk draaide ze zich om.
Pas wel op dat te veel korte zinnen achter elkaar de tekst staccato of te beklemmend kunnen laten aanvoelen.
Ook komma’s kunnen eventueel worden ingezet om spanning te behouden. Je wordt als het ware meegevoerd tijdens de actie. Bijvoorbeeld:
- Ze hoorde voetstappen achter zich, haar hart bonkte in haar keel.
- Kies voor komma’s als je een vloeiende stijl wilt creëren.
Komma’s zijn ideaal om twee gerelateerde zinnen of zinsdelen met elkaar te verbinden die nauw samenhangen in betekenis, actie of sfeer.
Hierdoor zorgen komma’s voor een natuurlijke stroom in je tekst. Dit maakt ze zeer geschikt voor beschrijvingen of acties die direct op elkaar aansluiten. Bijvoorbeeld:
- Ze opende de deur, de koude wind sloeg in haar gezicht.
Pas wel op dat je niet te veel komma’s achter elkaar gebruikt. Lange zinnen kunnen je verhaal rommelig en moeilijker leesbaar maken.
Ook kunnen je lezers in de war raken als de relatie tussen de verschillende zinsdelen niet helemaal duidelijk is.
- Gebruik ‘en’ bij twee gelijkwaardige delen.
Het voegwoord ‘en’ kan het beste worden gebruikt om twee gelijkwaardige handelingen, gedachten of feiten te verbinden die logisch op elkaar volgen of elkaar versterken.
Het benadrukt de samenhang tussen de twee ideeën of acties. Bijvoorbeeld:
- Ze pakte haar pen en begon te schrijven.
Natuurlijk wil je niet dat je zinnen kinderlijk klinken doordat je ‘en (toen)… en (toen)… en (toen)’ gebruikt. 😉 Dat klinkt niet alleen onvolwassen, het maakt je zinsbouw ook saai. Bovendien verliezen je zinnen daardoor aan kracht.
In dialogen kan ‘en’ zorgen voor een natuurlijker klinkend gesprek. Bijvoorbeeld:
- ‘Ik zie je morgen en dan praten we verder,’ zei ze.
- Gebruik punten bij zinnen die hun eigen aandacht verdienen.
Tussen twee zelfstandige zinnen die elk een eigen gedachte, actie of moment verdienen, is een punt de beste oplossing.
Waar een komma en het voegwoord ‘en’ ervoor kunnen zorgen dat de aandacht van de lezer bij een deel van de zin wat wegzakt, dwingt een punt extra aandacht af.
Ook zorgt een punt voor overzichtelijkheid en kracht. Ze zeggen niet voor niets: ‘Het was kort maar krachtig.’
Pas zoals gezegd alleen op dat je niet te veel van dit soort zinnen achter elkaar plakt, want dan wordt het ritme wel erg hakkend.
- Variatie is key.
Ik kan het niet vaak genoeg zeggen: zorg voor afwisseling tussen korte en langere zinnen. Zo creëer je een aangenaam ritme dat je lezers betrokken houdt in plaats van dat ze hard moeten werken om zich door je boek heen te worstelen.
Deel het op de Insta van BackWords.





