Schrijven is schrappen

Maar welke woorden dan?

Maar welke woorden dan?

‘Er zijn te veel resultaten om hier weer te geven.’ Als Word dat tegen je zegt, dan weet je al dat het foute boel is.

Wanneer dat zinnetje precies verschijnt, zal ik je zo vertellen.

Hoewel je zou denken dat het vinden van de perfecte woorden de grootste uitdaging is van een schrijver, ben ik bang dat we die twijfelachtige eer misschien toch moeten toebedelen aan het principe ‘schrijven is schrappen’.

Natuurlijk houden die twee ook verband. Als je meteen de perfecte woorden vindt, hoef je later minder te schrappen.

Alleen ligt daar meteen het probleem: het vinden van de perfecte woorden zou niet het doel moeten zijn tijdens de eerste versie van ons manuscript.

(En zelfs niet tijdens de tweede versie.) Want wat heeft het voor zin om je woorden te perfectioneren als je die hele scène daarna uit het raam besluit te gooien?

Wat deed ik dan zelf toen ik de eerste versie van *Fatale keuzes* (toen nog *De andere kant*) af had?

Oeps. Ik markeerde tijdens het herlezen automatisch ook alle spelfouten, vreemde zinsconstructies en herhalingen die te dicht op elkaar stonden. Als neerlandica kon ik het gewoon niet helpen.

Gelukkig realiseerde ik me snel genoeg dat ik me eigenlijk had voorgenomen om de eerste herschrijfronde op de structuur van het verhaal te letten. Dus ik verlegde mijn focus snel naar het schrappen van hele alinea’s en scènes, en het omgooien van de hoofdstukvolgorde.

Ben jij zelf nog met de eerste versie van je verhaal bezig?

Weersta dan de verleiding en maak je vooral niet druk om je woordkeuze. Gebruik zoveel herhalingen als je wilt. Zorg dat de essentie van je verhaal op papier komt. Dat je hoofd- en subplots zich ontwikkelen tot een volledig verhaal.

Oké, die waarschuwing heb ik gegeven. Dan kunnen we nu beginnen. 😉

Guilty woordpleasures

Dus wat als je wél al toe bent aan het perfectioneren van je manuscript op zins- en woordniveau?

Mijn gouden tip van vandaag: houd voor jezelf een lijst bij met woorden om te vermijden. Jouw persoonlijke stopwoordjes en guilty woordpleasures.

Zo heb ik zelf de volgende lijst met woorden die ik in ieder toekomstig verhaal hoogstwaarschijnlijk opnieuw te vaak zal gebruiken:

  • Rilling (over iemands rug)
  • Raam (van: uit het raam kijken)
  • Zit (gaan zitten)
  • Staan (gaan staan)
  • Lach (mijn personages zijn vaak goed gemutst)
  • Grinnik (als ik mezelf ervan weerhouden heb ‘glimlachen’ te gebruiken)
  • Was (van ‘zijn’: was dit hoe hij het zich had voorgesteld; het was alsof…; als er iets was dat…)

Overbodig

Ook voor deze verbindingswoorden heb ik een zwak, aangezien ik nogal eens de neiging heb (te) lange zinnen te vormen:

  • Maar
  • Toch
  • Dus
  • Namelijk
  • En
  • Even
  • Terwijl
  • Toen

En dat terwijl deze woorden veelal overbodig zijn. Vergelijk maar eens:

De student had een onvoldoende gehaald, dus hij moest zijn tentamen overdoen.
De student had een onvoldoende gehaald(, hij moest zijn tentamen overdoen).

(Het tweede deel zou zelfs helemaal weggelaten kunnen worden, want een onvoldoende impliceert al dat hij het opnieuw moet proberen.)

De oorzaak-gevolg-relatie die ‘dus’ suggereert, zal een lezer al zelf constateren als de zin duidelijk genoeg is.

Of wat denk je van:

Ik keek op, maar hij vermeed mijn blik.
Ik keek op. Hij vermeed mijn blik.

Van de tegenstelling die ‘maar’ aangeeft, is vaak helemaal geen sprake, óf het spreekt voor zich.

Zo gebruikte ik in *Fatale keuzes* de zin:

Lisa en Jurre verdwenen het huis in maar Lucas bleef wachten tot Emily naast hem stond.

Hier geeft het naar binnen gaan en buiten blijven inderdaad een tegenstelling aan. Toch kan ik ‘maar’ net zo goed weglaten:

Lisa en Jurre verdwenen het huis in. Lucas bleef wachten tot Emily naast hem stond.

Uiteindelijk kon ze toch beginnen

Woorden die ik zelf voor zover ik weet niet al te vaak gebruik maar die je meestal ook beter kunt schrappen:

  • Uiteindelijk
  • Opeens
  • Plotseling

Als ‘uiteindelijk’ niet overbodig is, is er waarschijnlijk iets misgegaan met de opbouw van je verhaal. Bovendien hoort het – als je het al gebruikt – thuis aan het eind van een reeks uitdagingen, niet aan het begin of in het midden.

Of zoals Chris Roerden het zegt in ‘Don’t Murder Your Mystery’:

“Finally” implies a hurdle overcome, a challenge met, anticipation satisfied. The implication triggers a temporary release of tension. You want to build tension, not alleviate it.

Je wilt bijvoorbeeld niet dat je hoofdpersoon ‘uiteindelijk het juiste kantoortje’ vindt, terwijl de echte actie van de scène pas dan gaat beginnen.

Hoe vaker je ‘opeens/plotseling’ gebruikt, hoe zwakker het effect. Het betekent ook dat de daaropvolgende actie niet krachtig genoeg is om voor zichzelf te spreken. Zorg dat je je scène en de verwachtingen van de lezer zorgvuldig opbouwt, dan heb je geen ‘plotselingen’ nodig.

Ik ben eigenlijk soms een beetje onzeker

Verder zijn er ook woorden die de kracht van je zinnen ondermijnen:

  • Eigenlijk (eigenlijk zou hij dat moeten doen > hup, hij moet dat doen)
  • Even (zij ging even naar de bakker > zij ging naar de bakker)
  • Heel (ik vind het heel naar voor je > ik vind het verschrikkelijk voor je)
  • Erg (dat is een erg mooi boek > dat is een prachtig boek!)

En natuurlijk:

  • Vaak
  • Meestal
  • Soms

Doei kers op de taart!

Wat ik zelf bovendien probeer te schrappen, omdat ik weet dat ik ze te overvloedig gebruik:

  • Liggend streepje
  • Clichés
  • Te lange zinnen
  • Voor de hand liggende gebaren
  • Uitroeptekens
  • Interpretaties, conclusies en samenvattingen die de lezer vertellen wat ze moeten denken

Hoe kun je deze sneaky bastards opsporen?

Heel simpel: open je verhaal of blog in Word en gebruik CTRL+F. Aan de linkerkant van je Worddocument verschijnt een navigatiekolom waar je elk woord dat je maar wilt kunt intypen. (Zie foto.)

Word laat dan bijvoorbeeld meteen zien: ‘Resultaat 62 van 1148’. Als je mazzel hebt, verschijnen daaronder een aantal voorbeelden. Wanneer er staat ‘Er zijn te veel resultaten om hier weer te geven’ weet je dat er werk aan de winkel is.

Is het ‘killen’ van jouw ‘darlings’ moeilijker voor je dan het verzinnen van een woordcombinatie die exact beschrijft wat je wilt zeggen?

En welke guilty woordpleasures heb jij? Deel het met ons in de besloten Facebook-groep van BackWords!