Het begin:

Ab ovo, in medias res of post rem

Narratieve technieken - deel 1

ab-ovo-in-medias-res-post-rem
Het idee voor je verhaal is er. Je weet welke ontwikkelingen en avonturen je personages zullen meemaken. Maar hoe ga je deze informatie tijdens je verhaal weergeven? In welke volgorde vertel je het aan de lezer en welke narratieve technieken gebruik je om het geheel nog beter tot zijn recht te laten komen?
Misschien wil je wel spanning opbouwen door middel van cliffhangers, foreshadowing of het tikkende klok-scenario. Of je bent iemand die graag speelt met het al dan niet waarmaken van de verwachtingen van de lezers.

In deze blogreeks nemen we een aantal plottechnieken onder de loep. Welk effect kan het inzetten van deze technieken hebben op de lezer en zijn er ook technieken die je juist beter kunt vermijden?

Ab ovo, in medias res of post rem

Waar begin ik mijn verhaal? Het is een vraag die elke auteur zichzelf zal stellen. Misschien wist je het direct, omdat je verhaal ontstond uit een idee voor een beginscène. Misschien heb je er juist uren over lopen peinzen.

(Vergeet niet: je openingsscène hoeft niet meteen perfect te zijn. Wie weet blijkt later dat een totaal andere scène veel geschikter is. Ga dus vooral gewoon lekker aan de slag, je kunt het later altijd nog wijzigen.)

beginnen-start

Er zijn drie verschillende punten waarop je jouw verhaal kunt beginnen:

  1. Ab ovo (Latijn: vanaf het ei)

Je verhaal begint bij het begin. Door middel van expositie (ook wel ‘backstory’) leert de lezer het een en ander over de belangrijkste personages en hun omstandigheden.

Zo’n inleiding op het verhaal zorgt ervoor dat lezers genoeg informatie hebben om de daaropvolgende gebeurtenissen te begrijpen. Ze hoeven dus niet bang te zijn dat ze belangrijke gegevens hebben gemist over wat er voorafging aan het verhaal.

  1. In medias res (Latijn: in (het) midden (van de) zaken)

Je verhaal begint midden in de actie. Wat er precies aan deze gebeurtenis voorafging, maak je pas later duidelijk. Expositie laat je dus achterwege.

Doordat de lezer bewust niet direct alle informatie krijgt, kan dit nieuwsgierigheid opwekken. Wat is er bijvoorbeeld precies voorgevallen tussen de hoofdpersoon en haar ex? Of waarom spreekt ze haar ouders niet meer?

Een populaire narratieve techniek om de gaten in de kennis van de lezer op te vullen, is de flashback. Op deze techniek gaan we later in deze blogreeks nog iets verder in.

  1. Post rem (Latijn: na de zaak) / in ultimas res (Latijn: op het einde van de zaak)

Je verhaal start aan het chronologische einde van de te beschrijven gebeurtenissen, wat normaal de ontknoping is. Vervolgens ga je terug in de tijd om te vertellen hoe deze situatie is ontstaan.

Omdat alles wat je beschrijft al vóór de openingsscène heeft plaatsgevonden, maak je automatisch gebruik van een of meer flashbacks.

Bij deze vertelvariant ligt de nadruk meer op het ‘hoe’ van het verhaal dan op het ‘wat’. De lezer weet al wat er aan het einde gebeurt, maar hoe de hoofdpersoon daar terecht is gekomen, is nog een mysterie.

Op welk punt in een verhaal begin jij het liefst te vertellen? Aan het begin, midden in de actie of toch aan het eind?

Deel het in de besloten Facebookgroep van BackWords.

In het volgende deel van deze blogreeks over narratieve technieken: Tijd voor actie: de MacGuffin!