Plotterdeplot
10 tips om je verhaal uit te werken

Je hebt een idee waar je helemaal blij van wordt, maar hoe werk je dat verder uit tot een levensvatbaar verhaal? Als jij een pantser bent, ga je waarschijnlijk gewoon lekker zitten en schrijven. Ben je echter een plotter, dan zal er nog wat voorwerk verricht moeten worden voordat de eerste zinnen op papier komen.
Zelf begon ik ooit als pantser aan mijn boek ‘Fatale keuzes’: ik schreef gewoon wat scènes op zonder echt een doel te hebben. Het gevolg was dat ik mijn verhaal jarenlang links liet liggen, omdat ik geen idee had waar ik naar onderweg was.

Inmiddels vind ik het heerlijk om te plotten. Het is zelfs het onderdeel van het schrijfproces waar ik het meeste plezier aan beleef. Verhaallijnen uitwerken, plottwisten bedenken, plotholes opvullen – fantastisch!

Character-driven of plot-driven?

Voordat ik je 10 tips geef om aan het plotten te slaan, heb ik eerst nog een keuze voor je om te maken: wordt je verhaal character-driven of plot-driven?

  • Character-driven: je verhaal wordt gedreven door de persoonlijke ontwikkeling, beslissingen en houding van je personage(s).

    In dit geval zul je het waarschijnlijk prettiger vinden om bij tip 2 van de 10 tips te beginnen voordat je aan de slag gaat met tip 1.

  • Plot-driven: je verhaal wordt gedreven door de eigenlijke gebeurtenissen: je verhaal valt van de ene gebeurtenis in de ander, met plottwisten, actie en externe conflicten.


    In dit geval kun je gewoon bij tip 1 beginnen.

10 tips om je plot uit te werken:

  1. Brainstorm over je plots en je settings.

Stel jezelf vragen als:

  • Waar gaat de belangrijkste verhaallijn over (het hoofdplot)? > Schrijf steekwoorden op over mogelijke plotontwikkelingen.

  • Wat is het grootste conflict waar je naartoe werkt of wat is de grootste vraag die je wilt beantwoorden?

  • Hoe kom je uit bij dit grootste conflict? Welke stappen zijn er nodig om van A naar B te komen?

  • Welke ideeën heb je al over de zijlijnen van je verhaal? De kleinere verhaallijnen die helpen bij de karakterisering van je personages.

  • Waar gaat je verhaal zich afspelen? In het verleden, heden of de toekomst, in een fantasiewereld, onderwater of het heelal misschien, heerst er oorlog of vrede?

  1. Brainstorm over het perspectief en je personages.

Stel jezelf vragen als:

  • Wie wordt je hoofdpersoon en welke rol speelt dit personage t.o.v. de gebeurtenissen (held, slechterik)?

  • Zou je verhaal interessanter worden wanneer je meerdere, tegenstrijdige perspectieven hanteert die een lezer aan het denken kunnen zetten?

  • Welke rollen heb je te vervullen en wie zijn dus je belangrijkste personages? Denk ook aan archetypische rollen zoals de held, mentor, boodschapper, bondgenoot, bedrieger om op ideeën te komen.

  • Waar streven je belangrijkste personages naar?

  • Liggen deze belangen allemaal op één lijn of werken ze elkaar tegen?

  1. Maak een spinassociatie met de steekwoorden over je verhaallijnen en settings.

Blijf jezelf vragen stellen tijdens het uitbouwen van je spinassociatie: wie, wat, waar, waarom en hoe?

  1. Maak een spinassociatie met de steekwoorden over je belangrijkste personages en hun onderlinge relaties.

Stel jezelf vragen als:

  • Maakt je hoofdpersoon een ontwikkeling door?

  • Maken je overige personages een ontwikkeling door?

  • Veranderen de onderlinge relaties?

  • Welke geheimen dragen je personages met zich mee en komen deze uit?

  1. Freewrite of gebruik ochtendpagina’s om uiteenlopende ideeën over de plotontwikkeling te onderzoeken.

Stel jezelf vragen als:

  • Wat zou wel/niet kunnen werken?

  • Wie zou welke informatie wanneer en hoe kunnen ontdekken?

  • Hoe kan je hoofdpersoon worden tegengewerkt in het bereiken van zijn/haar doel?

  1. Probeer de onderdelen van je spinassociatie in een logische volgorde te zetten.

Wat is de chronologische volgorde waarin je verhaallijnen zich ontwikkelen?

  1. Werk je plotideeën uit tot een lijst met scènes.
Een lijst met scènes maken, dwingt je om na te denken welke gebeurtenissen het belangrijkst zijn om van A naar B te komen en welke scènes er vooral ter verdieping zijn (de zijlijnen).
Ook kan het helpen om te beslissen welke informatie je wanneer prijsgeeft aan de lezer en de personages.

Wees alleen niet te streng voor jezelf: je kunt je scènes altijd nog husselen of zelfs wissen.

Deel 2 plotten

  1. Op welk punt in het verhaal komt de lezer binnen?

3 mogelijkheden zijn:

  • Ab ovo: een verhaal bij het begin beginnen.
  • In medias res: een verhaal middenin de gebeurtenissen beginnen.
  • Post rem: een verhaal aan het eind beginnen.

Stel jezelf vragen als:

  • Wat zou een goed punt in de levensloop van je hoofdpersoon zijn om je verhaal te beginnen?

  • Hoe ga je je hoofdpersoon introduceren? Wat overkomt hem/haar op het moment dat de lezer komt kijken?

  • Welke gebeurtenis zet het verhaal in gang?

  1. Denk na over de volgorde waarin je je verhaal wilt vertellen.

Stel jezelf vragen als:

  • Welke volgorde brengt de boodschap van je verhaal het sterkst over?

  • Ga je het verhaal chronologisch vertellen of wil je met flashbacks of flashforwards werken om spanning op te bouwen?

  • Zijn de belangrijke details en plotwendingen mooi verspreid over het verhaal?

  • Welke informatie wil je wanneer vrijgeven aan je personages en wanneer aan de lezer?

  • Wissel je actiescènes (waarin belangrijke gebeurtenissen plaatsvinden) af met rustige scènes, zodat er sprake is van contrast en de lezer af en toe op adem kan komen?

  1. Kijk de gratis webinar ‘Lijn in je verhaal – Ontwikkel je plots in 5 stappen’.
In deze 40 minuten durende gratis online training leer je welke 5 vragen je jezelf kunt stellen tijdens het uitwerken van je verhaallijnen.

Of ga meteen voor het echte werk en schrijf je in voor mijn online schrijfcursus ‘Creatief schrijven – In 16 weken van Writer’s Block naar Blurb’: https://backwords.eu/cursussen/creatief-schrijven/

Alles is mogelijk, als je maar durft
Hou jij ervan om te plotten of ben je meer een pantser?

Deel het met ons binnen de besloten Facebookgroep van BackWords!