Spanning:

Leapfrogging in combinatie met
cliffhangers

Narratieve technieken - deel 6

leapfrogging-cliffhangers
Het idee voor je verhaal is er. Je weet welke ontwikkelingen en avonturen je personages zullen meemaken. Maar hoe ga je deze informatie tijdens je verhaal weergeven? In welke volgorde vertel je het aan de lezer en welke narratieve technieken gebruik je om het geheel nog beter tot zijn recht te laten komen?
Misschien wil je wel spanning opbouwen door middel van cliffhangers, foreshadowing of het tikkende klok-scenario. Of je bent iemand die graag speelt met het al dan niet waarmaken van de verwachtingen van de lezers.

In deze blogreeks nemen we een aantal plottechnieken onder de loep. Welk effect kan het inzetten van deze technieken hebben op de lezer en zijn er ook technieken die je juist beter kunt vermijden?

Cliffhangers: de lezer laten bungelen

Stel je voor dat je protagonist aan het eind van een hoofdstuk een klap op zijn hoofd krijgt (of iets dat minder gewelddadig is: hij ontvangt belangrijke informatie), dan kun je de scène daar eindigen met een cliffhanger.
De lezer wil weten hoe de scène afloopt. Wat gebeurt er na de klap op het hoofd en wie gaf de klap? (Of: wat is de belangrijke informatie en hoe beïnvloedt dit de hoofdpersoon?) De cliffhanger aan het eind van het hoofdstuk zorgt er echter voor dat de lezer nog even in het ongewisse wordt gelaten.
Dit uitstellen van het geven van antwoorden maakt cliffhangers ideaal om spanning op te bouwen. Doordat de lezer niet direct op de volgende regel verder kan lezen hoe het afloopt, leg je extra de nadruk op een gebeurtenis en stel je het geduld van je lezers op de proef.
Bovendien probeer je de lezer over te halen om door te blijven lezen, om hem/haar zo nieuwsgierig te maken dat hij/zij tóch nog aan dat volgende hoofdstuk begint.

Hoewel het concept van de cliffhanger al eeuwenoud is, komt de naam voor deze narratieve techniek van de Britse auteur Thomas Hardy. Hij liet zijn protagonist in 1873 letterlijk aan een klif bungelen.

Leapfrogging in combinatie met cliffhangers

Je eindigt je hoofdstuk met een cliffhanger. De lezer wil weten hoe het afloopt en begint vol spanning aan het volgende hoofdstuk. Helaas! Het verhaal gaat verder met een flashback en/of een ander personage.
Wanneer je in je verhaal gebruikmaakt van meerdere tijdvakken en/of perspectieven (bijvoorbeeld afwisselend tijd A en tijd B en/of persoon X en persoon Y) dan kun je dit voordeel inzetten om de opgebouwde spanning van de cliffhanger te verlengen.
Je kunt namelijk aan ‘leapfrogging’ doen, ook wel ‘haasje over’ genoemd: na de cliffhanger aan het eind van het ene hoofdstuk wissel je in het volgende hoofdstuk van tijd en/of perspectief.
Schematisch gezien:
  • H1: perspectief/tijdvak A eindigt in cliffhanger
    >>>
  • H2: perspectief/tijdvak B (kan eventueel ook weer in een cliffhanger eindigen)
    >>>
  • H3: perspectief/tijdvak A, geeft antwoord op cliffhanger
    >>>  etc.
In het geval van een meervoudig perspectief is het personage van dat tweede perspectief idealiter natuurlijk niet aanwezig bij de cliffhanger-situatie, zodat de lezer een volledig hoofdstuk moet wachten op de verlossing.

Je weeft als het ware verschillende verhaallijnen door elkaar heen en laat pas in een later hoofdstuk aan de lezer weten hoe het spannende moment afloopt.

Balanceren tussen spanning en rust

Tegenstrijdig genoeg wordt dit spannende moment op deze manier niet alleen verlengd, je geeft de lezer ook even rust. Hij/zij kan de cliffhanger-situatie een hoofdstuk lang op zich laten inwerken voordat we terugkeren naar de sensatie. Deze balans tussen spanning en rustmomenten creëert een fijn contrast tussen scènes, zodat een boek niet alleen maar actie > actie > actie is.

Pas bij leapfrogging wel op dat je hoofdstukken niet te lang zijn. Is dat wel het geval, dan is de kans namelijk groot dat de lezer geen idee meer heeft wat de cliffhanger van het vorige hoofdstuk was.

EINDE – of toch niet?

Je kunt een cliffhanger ook aan het eind van je boek gebruiken. Zo creëer je een mogelijkheid voor een vervolgboek. Let echter wel op dat je daar de lezers niet te veel mee irriteert doordat er bijvoorbeeld te veel vragen onopgelost blijven.

Zo heb ik bij ‘Fatale keuzes’ de belangrijkste verhaallijn wel grotendeels afgerond, maar via het achtergrondverhaal van de personages heb ik ervoor gezorgd dat ik een aanknopingspunt had om een tweede boek te schrijven. In boek twee wordt dit gedeelte van het leven van de hoofdpersoon (dat in het eerste boek slechts een bijrol speelde) dus verder uitgewerkt.

Maak jij graag gebruik van een meervoudig perspectief, zodat je een verhaal vanuit meerdere personages kunt vertellen? En zet je deze techniek dan ook in om spanning te creëren?

Deel het in de besloten Facebookgroep van BackWords.

In het volgende deel van deze blogreeks over narratieve technieken: Het tikkende klok-scenario / Ticking clock scenario!