Show, don't tell
Vertonen versus vertellen

De zweetdruppeltjes liepen langs zijn slapen, het was heet​

Het is misschien wel de bekendste schrijverswijsheid: show, don’t tell, oftewel: vertonen in plaats van vertellen. Maar wat houdt dat eigenlijk in? En waarom is het beter om deze twee manieren van schrijven niet constant dubbelop te gebruiken?

Vertonen versus vertellen

Ben jij je ervan bewust wanneer je tijdens het schrijven iets vertoont en wanneer je iets vertelt? De kans is groot dat je er nooit zo bij stilstaat of je stiekem een bepaalde voorkeur hebt. Die beslissing neem je gewoon op gevoel. Tijd dus om ons eens wat beter te verdiepen in het concept ‘show, don’t tell’.

Wat is het verschil tussen ‘show’ (vertonen) en ‘tell’ (vertellen)?

  • Vertellen: aan de lezer duidelijk maken wat er gebeurt door te beschrijven, samen te vatten en uiteen te zetten.

    Bijvoorbeeld: de zon was heet.

  • Vertonen: aan de lezer laten zien wat er gebeurt en het hem/haar laten ervaren door middel van actie, gedachten, gevoelens en zintuigen.

    Bijvoorbeeld: de zweetdruppeltjes liepen langs zijn slapen terwijl hij in het dashboardkastje naar zijn zonnebril zocht.
De reden achter het advies om vooral te vertonen en minder te vertellen heeft o.a. te maken met de ruimte die je de lezer geeft om zijn/haar eigen fantasie te gebruiken. Waarom zou je alles voorkauwen? Lezers begrijpen meer dan je wellicht denkt.

Toch zijn we als schrijvers vaak geneigd om voor de zekerheid nog even te benoemen wat we exact bedoelden. Na een prachtige vertoon-zin voegen we dan alsnog een vertel-zin toe.

Enkele voorbeelden:
  • Tim voelde hoe zijn neus begon te lopen. Hij drukte een zakdoekje tegen zijn gezicht (vertonen). Zo verdrietig had hij zich nog nooit gevoeld (vertellen).

  • Zelfs zonder zijn fysieke aanwezigheid, voelde ze hoe haar wangen begonnen te gloeien (vertonen). Boy, wat was Anja verliefd (vertellen).

  • Roger smeet zijn kopje aan diggelen (vertonen), hij was boos (vertellen).
De oplossing? Schrappen die hap! Wees tijdens het herschrijven kritisch op al die prachtige extra uitlegzinnen van je. Oftewel: kill your darlings.
Overigens kan ‘vertellen’ in sommige situaties ook heel nuttig zijn. Zelf schrijf ik bijvoorbeeld al zulke lange verhalen dat het een drama zou worden als ik alles zou vertonen in plaats van af en toe ook te vertellen.

Wellicht wil je alleen even samenvatten wat je personage tijdens een tijdsprong heeft uitgespookt. Of je beschrijft in een paar zinnen iets over de geschiedenis van je hoofdpersoon. Daarvoor is ‘vertellen’ de perfecte keuze.

Bekijk dus vooral zelf wanneer de wijsheid ‘show, don’t tell’ voor jouw verhaal opgaat en wanneer een stukje vertellen juist voor de perfecte balans zorgt.

Wil je meer weten over vertonen en vertellen?

Bij mijn online schrijfcursus ‘Creatief schrijven – In 16 weken van Writer’s Block naar Blurb’ wijd ik een bonusmodule aan dit fenomeen. Dat betekent een werkboek vol oefeningen, zodat je er vanzelf achter komt wat het beste bij jou past.

Kijk hier of mijn schrijfcursus iets voor jou is: https://backwords.eu/cursussen/writers-block/

Houd jij tijdens het schrijven meer van vertonen of van vertellen? Of heb jij de juiste balans al gevonden?

Deel het in de besloten Facebookgroep van BackWords.