5 dingen die je kunt doen
als je geen puf hebt om te schrijven

Deel 3 van 3

Lees hier de alternatieven van deel 1 en deel 2.

Je hebt een drukke week achter de rug, je hebt slecht geslapen, je voelt je duf. Er zijn genoeg redenen waarom we soms geen puf hebben om te schrijven.

In plaats van je schrijftoekomst dan maar meteen opgeven, kun je ook een van de volgende 5 nuttige vormen van schrijfontwijkend gedrag uitproberen:

  1. Werk je verhaallijnen en scènes verder uit.
Denk bij het uitwerken van je verhaallijnen aan vragen als:
  • Waar zitten nog gaten in mijn verhaal?
  • Welke details missen nog?
  • Klopt alles wat ik tot nu toe bedacht heb nog?
  • Is de volgorde van de scènes goed genoeg om je verhaal optimaal tot zijn recht te laten komen?
  • Wordt alle informatie juist gedoseerd over het verhaal?
Denk bij het uitwerken van alle nog te schrijven scènes aan vragen als:
  • Wie zal er aanwezig zijn?
  • Waar speelt de scène zich af?
  • Wanneer speelt de scène zich af?
  • Wat is het exacte doel van de scène voor het verhaal? Waarom is deze scène van belang voor het grote geheel?
  • Wat is het doel van je individuele personages voor die scène?

Denk bij alle al geschreven scènes aan vragen als:

  • Komt het exacte doel van de scène voor het verhaal als geheel tot zijn recht?
  • Komen de motieven en emoties van je personages geloofwaardig genoeg over?
  • Zijn de juiste personages aanwezig?
  • Had de scène beter vanuit een ander perspectief geschreven kunnen worden?

  1. Brainstorm over nieuwe verhaalideeën.
Ben je even helemaal klaar met het verhaal waar je mee bezig bent of ben je überhaupt nog nergens aan begonnen?
Hou een lijstje bij met mogelijke ideeën, ook al zijn het alleen maar beginnende vonkjes. Wie weet komen ze nog eens van pas als een sub-, steun- of spiegelplot.
(Welke 4 plots kunnen we ook alweer onderscheiden?
  • Hoofdplot: de afwikkeling van de hoofdcrisis
  • Spiegelplot: een positieve dan wel negatieve weerspiegeling van het hoofdplot
  • Steunplot: een zijstraat, omweg of obstakel binnen het hoofdplot
  • Subplot: een extra, autonoom plot dat strikt gezien gemist kan worden, maar dat meestal gebruikt wordt om te karakteriseren)
Hoor je een inspirerende zin in een liedje, lees je een apart nieuwsbericht of ruik je een intense geur die een idee voor een setting triggert? Schrijf het op!

Als je iedere dag 1 ingeving noteert – hoe klein ook – dan heb je na 365 dagen 365 puzzelstukjes die je kunt combineren, omdraaien of mengen tot een prachtig nieuw verhaal.

  1. Experimenteer met perspectief.
Hoe zou jouw verhaal overkomen als het geschreven was vanuit het perspectief van een van de andere personages? Welk effect zou dat hebben voor de lezer? Zou je extra informatie kwijt kunnen die je anders op een andere manier moet verwerken? Zou het voor extra spanning kunnen zorgen?
Maak een lijstje met mogelijkheden en de bijbehorende voor- en nadelen.
Is het perspectief van de dader van een misdrijf bijv. geen goed idee omdat je dan al te veel informatie vrijgeeft of is het juist wel een goed idee omdat je zijn/haar motief dan geloofwaardiger kunt maken?
Maakt het perspectief van een onpartijdige bijstander je verhaal interessanter omdat zijn/haar visie minder gekleurd is? Is een extra perspectief nuttig om gebeurtenissen te laten zien waarbij de hoofdpersoon niet aanwezig is?

Ook interessant: herschrijf een al eerder geschreven scène vanuit een ander perspectief en analyseer wat het effect is.

  1. Maak in je eentje een wandeling.
Uit onderzoek blijkt dat wandelen een positief effect kan hebben op je creativiteit. De oorzaak hiervan is nog onbekend maar iemand die wandelt zou tijdens en vlak na de wandeling een creativiteitsverhoging van 60 procent hebben t.o.v. iemand die blijft zitten.
Om je wandeling nog meer aan te laten sluiten bij je schrijversleven kun je je natuurlijk ook focussen op je zintuigen. Je concentreert je tijdens het lopen op wat je ziet, hoort, ruikt en voelt. (Proeven is wat lastiger, tenzij het regent of sneeuwt en je je tong uitsteekt. Of als je onderweg eetbare bessen of beukennootjes tegenkomt.)
Je kunt op alles tegelijkertijd proberen te letten, maar je kunt er ook voor kiezen om steeds de focus op één zintuig te leggen. Begin bijv. met 1 minuut luisteren, dan 1 minuut kijken, 1 minuut ruiken en 1 minuut voelen.
  • Hoor je vogels fluiten, takjes kraken onder je voeten of een hond blaffen?
  • Voel je de wind langs je nek strijken, regeldruppeltjes langs je vingers glijden of de zon op je wangen?
  • Ruik je de seizoenen?
  • Zie je de kleuren om je heen, het materiaal onder je voeten en de mensen en dieren die jouw pad kruisen?

  1. Ik heb het al eerder geopperd, maar ik doe het lekker nog een keer: ga The Sims spelen.

Deze PC-game kan je helpen om je personages beter te leren kennen. Niet alleen door hun uiterlijk vast te leggen, maar vooral door na te denken over hun gezinssituatie, relaties, wensen, gedrag, eventuele carrière en leefomgeving. En laten we eerlijk zijn: het is ook gewoon leuk! 😉

Wat doe jij als je even geen puf hebt om te schrijven?

Deel het in de besloten Facebookgroep van BackWords.

Heb je deel 1 en deel 2 al gelezen met vormen van nuttig schrijfontwijkend gedrag? 😊